← Vorige blogDag 7-14: Zo nors zijn de Noren nietVolgende blog →

In de laatste dagen in het Airbnb huis brachten wij een bezoekje aan het trollenbos hier in de buurt (lees: handgemaakte, ietwat enge, poppen midden in het bos, die alleen te bereiken waren door minimaal 20 minuten door de bergen en het bos te lopen). Het bracht ons een aantal nieuwe inzichten: We hebben nog geen bergschoenen, we hebben bergschoenen nodig en we moeten iets met Mae. Mae wordt te zwaar voor de draagzak, maar kan nog niet hele stukken zelf lopen, dus wellicht een draagrugzak voor in de toekomst, want we willen hier graag wandelen.

Maar first things first, de ‘verhuizing’ naar het huurhuis was in zicht, dus dat betekende dat Tetris Extreme er weer aan kwam. We moesten onszelf, de kinderen, de katten en al onze spullen opnieuw in de auto krijgen. Oefening baart kunst want, ondanks dat we in de tussentijd nog extra spullen hadden gekocht, paste het er allemaal weer nèt aan in. Dus, op naar het huurhuis! Wij blij, de auto iets minder, want deze gaf tijdens de rit, die gelukkig maar 40 minuten duurde, aan: ‘motor storing, verminderd vermogen.’ Ojé als we het huis maar halen, dat was het belangrijkste. Nou dat deden we gelukkig, en nadat alles en iedereen weer uit de auto was, was de storing als sneeuw voor de zon verdwenen. Misschien waren we toch wat te zwaar beladen.

We kwamen aan bij het huurhuis dat we nog niet in het echt hadden gezien. We hadden eerder wat foto’s van de binnenkant toegestuurd gekregen, maar nu zagen we alles in het echt, en … wow, het overtrof al onze verwachtingen. De tuin is gigantisch, het uitzicht fantastisch, alle benodigdheden zijn aanwezig en de mensen van wie we het huis huren hebben zo enorm hard gewerkt om ervoor te zorgen dat wij er nu al in konden, en dat was te zien. Voorheen woonden zij hier zelf en eigenlijk wilden zij het per september gaan verhuren. Wij hebben toen gevraagd of er al eerder mogelijkheden waren en zodoende konden wij er nu al in, daar zijn wij hun erg dankbaar voor.

De dag van aankomst vond ik al met al wel intens. Alles inladen, motorproblemen, aankomen, de mensen van het huis ontmoeten, de katten een plekje geven, een rondleiding krijgen, poging tot een Noors gesprekje te voeren om vervolgens toch maar op het Engels over te gaan, de kinderen in de gaten houden, onthouden wat er gezegd wordt en het hoogst nodige uitpakken, PFOE.
Wat daarin niet meehelpt is dat ik mij op een nieuwe plek in eerste instantie onveilig voel, ben ik achter gekomen. Ik heb eerst tijd nodig om vertrouwen op te bouwen en te ervaren dat het veilig is. Dit merkte ik deze eerste dag, maar eigenlijk ook de dagen erna. Ik moest opnieuw: WENNEN.

Een nieuw (ei)land, nieuwe plek, nieuw huis, nieuw dorp, nieuwe mensen, nieuwe ‘gebruiken’? Want ja, waar moet ik eigenlijk lopen buiten als er geen voetpaden zijn, kan dat gewoon op de weg? (Spoiler alert: inmiddels weet ik, ja, dit kan hier prima op de weg, er rijden niet veel auto’s en de auto’s die er rijden zijn er op bedacht en houden rekening.) Daarnaast grapte ik tegen Thomas dat mijn systeem nog op dit huis aan het kalibreren was, ik liep de eerste dagen namelijk tegen iedere deurpost en stoel op, iets wat mij in het vorige huis aan het begin ook opgevallen was.

Thomas moest ook wel wennen, maar minder, anders. Hij vindt sneller zijn weg. Bij mij duurde het langer en dat is oké, ik wist dat het wel weer goed zou komen, als ik wist ‘ik kan daar gewoon lopen’ en kon voelen ‘het is veilig.’ Wat ik heb gemerkt dat mij hierin hielp is: juist de dingen waarvan ik denk ‘oe, hoe werkt dat hier?’ opzoeken, en het gaan ervaren. En het helpt mij om het eerst samen te doen met iemand die het niet zo spannend vindt, dus bijvoorbeeld Thomas in dit geval, en bijvoorbeeld mensen van hier, die immers al weten hoe het hier werkt.

We hebben inmiddels al een aantal mensen uit het dorp ontmoet en wij ervaren hen tot nog toe als heel benaderbaar, verwelkomend, en vooral heel welwillend om te helpen. In tegenstelling tot het beeld dat wij eerder toch regelmatig te horen kregen dat de Noren juist erg gesloten en op zichzelf zouden zijn.

Enkele dagen nadat wij hier waren werden wij door buren, een gepensioneerd stel, uitgenodigd om eens langs te komen, een aanbod dat wij natuurlijk niet konden afslaan. Eenmaal daar werden wij verwelkomd met een tafel vol met zelfgemaakte wafels, ijs, besjes (uit eigen tuin), jam en koffie. De gesprekken zijn nog voornamelijk in het Engels, maar waar het lukt proberen wij Noors te praten en ook zij zeggen af en toe iets in het Noors. Ik vind het fijn om te merken hoe organisch dit gaat. Het was iets waar ik mij vooraf wel druk over kon maken. ‘Hoe gaat dat dan als je de ander niet begrijpt?’ En ‘hoe gaat dat dan als zij mij niet begrijpen?’ En ja dit zorgt af en toe voor zo een wazige blik en ‘uhhh’ en schouders ophalen van ‘sorry ik begrijp je niet’, en tegelijkertijd merk ik dat het ongemak hierin went, het wordt makkelijker. Ik krijg het gevoel dat de ‘effort’ wordt gewaardeerd, en dat het niet uit maakt als we er naast zitten, of elkaar even niet begrijpen.

Wat ik daarnaast heel mooi vond om te zien, is hoe taal bij kinderen bijna geen belemmering lijkt te zijn in het contact leggen. Liv speelde bij de buren met de barbies en zei iets van: “Eén, twee, drie” waarop de buurvrouw zei: “En, to, tre”, vervolgens ging de barbie van Liv de barbie van de buurvrouw aanvallen. De buurvrouw liet het daar niet bij zitten en haar barbie kwam in de tegenaanval, ze hadden de grootste lol.

Het is ook grappig om te merken hoe onze huidige gesprekken in het Noors bijna iets kinderlijks hebben. De zinnen zijn basic ‘ik heet Amber’ ‘we komen uit Nederland’ ‘de kinderen zijn 3 (bijna 4!) en 1 jaar’ ‘we houden van natuur’ ‘hoe heet de hond?’ ‘mooie tuin’ ‘hoe lang wonen jullie hier?’. En ze gaan voor mijn gevoel dus ook een beetje van de hak op de tak, net zoals de gesprekken tussen kinderen onderling. Soms is dat iets wat ik lastig vind omdat ik juist houd van gesprekken met wat diepgang, tegelijkertijd ervaar ik het niet als een èchte belemmering, zeker als de ander ook Engels spreekt en we daar weer op terug kunnen vallen.

Al met al stonden de afgelopen weken in het thema van: wennen, contacten leggen, de buurt verkennen, de taal leren, met de kinderen zijn, een huis een thuis maken, bergschoenen halen en grasmaaien, veel grasmaaien. Tot slot zijn we bezig geweest met een plek regelen voor de kinderen zodat zij binnenkort kunnen starten op de Barnehagen (kinderopvang), een nieuwe fase waar wij de volgende keer vast weer meer over kunnen vertellen!

← Vorige blogDag 7-14: Zo nors zijn de Noren nietVolgende blog →