← Vorige blogDag 2: De boottocht en de laatste kilometersVolgende blog →Dag 7-14: Zo nors zijn de Noren niet

Dag 3,4,5,6
De eerste nacht in Noorwegen zat erop. Gaan slapen in een huis waar je je, in eerste instantie, niet fijn voelt, hoe doe je dat? Met reiki ben ik de ruimtes gaan reinigen en de ramen hebben we tegen elkaar open gezet. Even een frisse wind er doorheen. Alle matrassen hebben we vervolgens op één kamer gelegd. Met z’n allen in één ruimte slapen, dat voelde voor nu het meest veilig. Met ogen die half dicht vielen hebben we nog gezocht naar alternatieven waar we de komende twee weken, in plaats van hier, zouden kunnen verblijven. Maar alternatieven, die waren er niet.

De nacht viel mij uiteindelijk mee. Hoewel ik rond 0:30 wakker werd van knallen buiten en dacht ‘zouden ze nu aan het jagen zijn?’, realiseerde ik mij later dat het vuurwerk was om de overwinning van de voetbalwedstrijd Noorwegen – Brazilië te vieren. Het viel mij toen op dat er nog schemerlicht tussen de gordijnen vandaan piepte. ‘Grappig, dat is anders dan in Nederland’ dacht ik nog. Ik sloot mijn ogen weer en vervolgde een best voorspoedige nacht.

En dat de nacht mee viel, hielp in dat we ons meer oké begonnen te voelen in het huis. Alsof er op deze nieuwe plek eerst vertrouwen opgebouwd moest worden. Vertrouwen dat het veilig was om hier te zijn. We besloten te blijven, de auto kon dus verder leeg gehaald worden. En met dat er meer van onze eigen spullen in het huis kwamen, voelde het ook steeds meer als een plek waar wij op een fijne manier konden verblijven.


De spullen waren neergezet en voor zo ver als nodig uitgepakt. We hadden bedacht om naar een winkelcentrum hier op het eiland Stord te gaan voor boodschappen voor de komende dagen, kattengrit en als we het zouden vinden een IKEA-kinderstoel of iets vergelijkbaars. Thomas zei nog ‘ja wel even lekker, eruit!’ maar voor mij voelde het als veel. We hadden een dag gepakt, twee dagen gereisd, er was weinig slaap geweest, ik voelde me nog niet geland, ik wilde niet ‘even lekker eruit’, ik wilde even zitten met een kopje thee, uitkijkend over het fjord, voelen wat er allemaal te voelen was en landen op deze plek. Nu kan ik verwoorden dat ik dat toen nodig had, maar daar kon ik op dat moment niet bij. Achteraf gezien, had het fijn geweest als ik hier wat ruimte voor had genomen, om even alleen te zitten, even te lopen, al was het maar 10 a 15 minuten geweest.

Eenmaal in de supermarkt werd het mij nog duidelijker waarom ik vooraf al voelde dat het ‘veel’ zou zijn. Dit was niet ‘even’ boodschappen doen. Het voelde als een tentamen waar ik niet voor geleerd had waarbij de vragen door elkaar stonden en de taal in het Chinees was. De winkel was onbekend, waar de producten lagen: onbekend, welke producten er waren: onbekend, de taal: behoorlijk onbekend. Wonder boven wonder hebben we het toch voor elkaar gekregen om voor 3 dagen eten bij elkaar te verzamelen en kattengrit halen is ook gelukt. De kinderstoel heb ik nog mijn best voor gedaan, ik heb bij de Jysk in mijn beste Noors gevraagd: ‘Jeg har en spørsmal’ ‘Ik heb een vraag’ ‘Selger dere barnestol?’ ‘Verkopen jullie kinderstoelen?’ ‘‘for å spiser?’ ‘om te eten?’. Maar helaas geen kinderstoel, dus daar moesten we maar iets op gaan improviseren in het huis. We hebben eerst de buggy geprobeerd als kinderstoel, geen succes, ik herhaal, geen succes. Een stoel uit de tuin, en Mae die daarin al staand aan tafel at, kwam uiteindelijk als beste optie uit de bus.

Het was zoeken, wennen, verkennen, aanpassen en poe dat vond ik die eerste dagen wel pittig. Ik hoorde mezelf zeggen ‘oh ik wil gewoon weer iets van een ritme’ en had een verlangen naar bepaalde dingen op de automatische piloot te kunnen doen. In plaats van uitzoeken hoe de wasmachine hier werkt, kijken waar het broodmes ligt, waar je je afval wegbrengt, waar een speeltuintje in de buurt is, hoe ik iets in het Noors zeg en wat is de volgende stap in het immigratie papierwerk. Hoewel we in Nederland in de avonden, als de kinderen op bed lagen vaak met de emigratie bezig waren, en dat dus in die zin ‘hetzelfde’ was als in Nederland, was dit papierwerk weer anders en veelal Engels en Noors en daarmee ook zeker geen automatische piloot werk.

Dit alles kwam mijn stemming niet altijd ten goede en Thomas gaf dat ook aan ‘ik kan al die moodswings niet volgen’. En ik kon volgen, dat Thomas mij niet altijd kon volgen. Want de ups en downs wisselde elkaar in een raptempo af. Want naast de eerder genoemde momenten dat het allemaal veel was, waren er zelfs al in de eerste paar dagen momenten van intens geluk. Hier naar buiten kijken naar het Fjord, met de kinderen zijn in de natuur, de trotsheid op onszelf dat we hier nu zijn, trotsheid op de kinderen hoe ze het doen, zelfs trots op de katten, en vooral ook het gevoel dat het klopt, dat deze stap die we zetten klopt, en dat voelen geeft zo een levensenergie!

Dank jullie wel voor het meelezen en jullie reacties!
Tot de volgende blog.

← Vorige blogDag 2: De boottocht en de laatste kilometersVolgende blog →Dag 7-14: Zo nors zijn de Noren niet